Juryverslag 2012

Juryrapport Ida Gerhardt Poëzieprijs 2012

Dames en heren,

In de laatste maanden van 2011 beoordeelde de jury van de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2012 zo'n honderd dichtbundels. De rijkdom aan poëzie en de enorme diversiteit ervan was voor ons het meest opvallend. Prachtig dat de gemeente Zutphen het belang van de Nederlandse poëzie inziet. En dat ze dit, ondanks dit zoveelste economische crisisjaar, wil tonen door middel van een mooie prijs met een prachtige reputatie. De jury heeft dan ook met veel plezier de vererende taak volbracht drie bundels te selecteren uit de honderd ingezonden bundels.

Tsead Bruinja – Overwoekerd
Dichters zijn net zo burgerlijk als de rest van de bevolking. Maar hun wereld hoeft daar niet oninteressanter van te worden. Dat bewijst de Fries-Nederlandse dichter Tsead Bruinja in zijn vierde bundel Overwoekerd. Ook hij kijkt graag TV, gaat naar de afhaalchinees, kruipt graag 's avonds tegen zijn vrouw aan en bezoekt zo nu en dan een vriend die trouwen gaat. Dit leven is op het oog braaf gedomesticeerd, maar alle rust en veiligheid zijn schijn. De dichter geeft het zelf aan met de woorden: 'niet wij maar Tsead leidt een waarlijk diep en tragisch leven'

Bruinja voelt dat van alles hem 'overwoekert'. Meteen al in het openingsgedicht dwingt hij de lezer daarbij stil te staan. Bij de gedachte aan liefde, jaloezie en haat, aan geilheid, woede en verdriet, de gedachte aan de dood natuurlijk en ten slotte de aan muziek waarin al het voorafgaande samenkomt. Een overwoekering die doorwerkt, ook in de gedichten die volgen. In steeds overtuigende ritmische en muzikale verzen afgewisseld door anekdotische en parlando-achtige teksten.

Hoe rustig en veilig is dit leven wanneer de mediale achtergrondruis van hongersnood en oorlogen maar niet ophoudt. Er zijn maar weinig zekerheden in het leven, maar Bruinja spoort ons aan er het beste van te maken. Of, zoals hij zelf schrijft: 'wat durven wij te verwachten van dit leven / waar durven we op te hopen meer dan op een goeie buurman / een goeie vrouw haar hart als een vesting / en een te verdragen aantal tegenslagen'.
De bundel Overwoekerd van Tsead Bruinja bevat volgens de jury ontroerende, meeslepende en geestige gedichten.

Anne Vegter
Eiland Berg Gletjser De titel van deze bundel van Anne Vegter is sereen. Maar in haar gedichten is er ontzettend veel aan de hand. Het hoofd puilt uit als je Anne Vegter bent, dicht zij zelf, en dat willen wij graag geloven. Haar gedichten zijn heftig.

Er wordt veel aan de orde gesteld. Vaak onbegrijpelijke en ongerijmde dingen, ze komt met sterke beelden die lang blijven hangen. Een paard op de knieën in de sneeuw. Kinderen in Afrika, gezien vanuit een vliegtuig, met ' bleke sterren' op hun voorhoofd. Is het allemaal te begrijpen wat ze oproept? Al snel krijgt de lezer in de gaten dat begrijpen hier niet het belangrijkste is. Het gevoel wint het bij haar steeds van het verstand. Ze wil geen intellectuele, maar affectieve lezers. Ze moeten meevoelen met een steeds andere 'ik' die spreekt over kinderen en over ouders, over lijven in verval, over een sterfgebied.

Haar poëzie is heel fysiek, alles is hier lichamelijk en aanraakbaar. De taal nog het meest, met tastbare woorden als 'het zelftongende kind' of 'familievachtje'- of met woorden die woedend weer doorgekrast zijn. Dat lichamelijke in haar gedichten moeten we niet opvatten als een of ander kunstig literair of talig spel. We hebben het hier over erotiek die zo sterk is dat ze overal in doordringt, zeker in haar poëzie waarin ze voortdurend tot uitbarsting komt. Soms is de poëzie haar niet genoeg en barst ze los in erotische tekeningen. Soms schreeuwt ze het uit. Het nu al klassieke scheidingsgedicht 'Tramps' bijvoorbeeld, dat eindigt met de kreet: 'wil nu godverdomme iemand opstaan en me vasthouden' De jury is onder de indruk van de bundel Eiland Berg Gletsjer en zou wel vijftien juryrapporten moeten schrijven, voor alle gedichten en reeksen die er in staan één.

Henk van der Waal – Zelf worden
Wie Henk van der Waals vijfde bundel Zelf worden leest, voelt zich verdwaald in een spiegelpaleis van taal. Het is een hecht bouwsel waarin de gedichten rijen aaneen gehechte identieke panelen lijken. Bijna elk gedicht bestaat uit twee delen, met een titel die zowel boven het gedicht als tussen de strofes staat, als spiegelpunt.

Zelf worden heet de bundel, een ontdekkingsproces dat in ieder gedicht hernomen wordt. Telkens weer zoekt de dichter naar zijn eigenheid, naar zijn talig zelf, een individuele kern die alleen maar in taal gevat kan worden. Dat ontwikkelingsproces heeft de dichter zelf niet in de hand. Het gaat als het ware buiten hem om. Het enige dat hij kan doen is het telkens opnieuw in gang zetten en het zo veel mogelijk sturen. Taal vervat de dichter, niet andersom.

Er spreken steeds sterk verschillende gemoedstoestanden uit deze gedichten. Wat voor een gemoed is dat? Hij noemt het een 'robuuste binnenkamer' en die robuustheid heeft hij wel nodig ook want het gaat er heftig aan toe daarbinnen. We lezen over 'paradijselijke woede', 'manische opoffering', 'verdwazing'. Er is sprake van een vloed van frustraties, van liefde die in je opkruipt en 'het / mysterieuze gelispel van de naamwoorden / aan de andere kant van je gemoed'.

De dichter weerspiegelt zijn eigen gemoed maar vertoont in drie gedichten die over vriendschap gaan, ook de voorbije levens van enkele voormalige onderduikers in Amsterdam. Verder duikt er een geliefde op die beschreven wordt als 'je verzoenster bij / nacht, je dauwtrapster in ochtendstond, / wie je overneemt is je waarzegster. / je binnendringster, je hellehond...'

De jury heeft de gedichten van Van der Waals gelezen met vreugde en bewondering. We zijn geïmponeerd door zijn eigen, rijke taal, met eigen nieuwe woorden als 'memsel', 'vermoedsel' en 'wezeling'. Zijn zoekende, meanderende zinnen zijn heel persoonlijk maar overstijgen steeds het particuliere en geven het gevoel dat er voortdurend iets belangrijks op het spel staat. Zijn gedichten getuigen zowel van de grote vormbewustheid van de maker als van zijn lyrische vrijmoedigheid. Dat is een unieke combinatie in de Nederlandse poëzie van dit moment.

Dames en heren, dat er maar een de beste kan zijn, is natuurlijk helemaal niet waar. Wel waar is dat er uiteindelijk maar een bundel bekroond kan worden met de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2012. De keuze van de jury viel unaniem op Zelf worden van Henk van der Waal.

Jan-Willem Anker
Yra van Dijk
Jacques Klöters (voorzitter)